Cultuur

Unesco zet zich in voor het beschermen van cultuur en voor het bevorderen van culturele diversiteit vanuit de overtuiging dat cultuur een hefboom is voor duurzame ontwikkeling en vredesopbouw. De Unesco Conventies over werelderfgoed, culturele diversiteit, immaterieel erfgoed, gewapend conflict en illegale handel zijn algemeen bekend. Maar ook haar inspanningen om cultureel erfgoed te beschermen tijdens conflicten en rampen krijgen internationale erkenning.

Werelderfgoed

De Werelderfgoedconventie van 1972 betracht cultureel en natuurlijk erfgoed dat van unieke en universele waarde is voor de mensheid, te bewaren en te ontsluiten voor toekomstige generaties.

Meer dan 190 lidstaten hebben deze Conventie ondertekend. België is sinds 1996 ook partij bij het Werelderfgoedverdrag. Zowel cultureel als natuurlijk erfgoed, als erfgoed dat daarvan een gecombineerde vorm is, kan voor de Werelderfgoedlijst worden voorgedragen.

België telt in totaal 13 inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst:

Immaterieel cultureel erfgoed

De Unesco Conventie voor de borging van het immaterieel cultureel erfgoed van 2003 wil immaterieel cultureel erfgoed levend houden en koesteren. Dit 'levend erfgoed' is een bron en uiting van culturele identiteit en diversiteit.

Immaterieel cultureel erfgoed bestaat in allerlei vormen, zoals mondelinge overleveringen, muziek en dans, rituelen, feestelijke evenementen, sociale praktijken, kennis en toepassingen in verband met de natuur en het universum, of de vaardigheden van ambachten.

Meer dan 170 lidstaten zijn partij bij de Unesco Conventie voor de borging van het immaterieel cultureel erfgoed. Ook België is sinds 2006 heeft dit verdrag geratificeerd. Landen die toetreden tot de Conventie, engageren zich om het immaterieel cultureel erfgoed op hun grondgebied te inventariseren en met passende maatregelen te helpen beschermen. Dat is een opstap naar het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed. Daarbij streeft de Conventie naar respect voor dit erfgoed van gemeenschappen, groepen en individuen. Verder wil de Conventie op lokaal, nationaal en internationaal niveau een verhoogd bewustzijn stimuleren voor het belang van het erfgoed. Ten slotte genereert zij internationale samenwerking en begeleiding.

In België zijn er meerdere inventarissen van immaterieel cultureel erfgoed en meer bepaald voor Vlaanderen, voor Wallonië-Brussel, voor de Duitstalige Gemeenschap en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op basis van die inventarissen kan ons land nominaties voordragen voor één van de drie internationale erkenningslijsten die Unesco in het kader van de Conventie opstelt.

De eerste is de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid die streeft naar meer bekendheid en bewustwording van het belang van immaterieel cultureel erfgoed. Deze lijst is een instrument om dit waardevolle erfgoed te vrijwaren. De lijst wil de wereldwijde culturele diversiteit en de menselijke creativiteit weerspiegelen. Voor België zijn de volgende elementen ingeschreven op de lijst:

De Lijst van het immaterieel cultureel erfgoed dat dringend borging nodig heeft is de tweede lijst in het kader van de Conventie van 2003. Op deze lijst staan elementen die volgens hun erfgoedgemeenschap en de verdragsstaten dringende maatregelen vereisen om duurzaam levend te worden gehouden. Door een element op deze lijst in te schrijven, moet het voor de betrokken landen en elementen eenvoudiger worden om internationale hulp en samenwerking te vinden, alsook om de nodige borgingsmaatregelen te treffen. België heeft geen elementen op deze lijst.

De derde lijst, het Register van voorbeeldpraktijen, omvat programma’s, projecten en activiteiten die op de beste manier de principes en doelstellingen van de Conventie weergeven. Met dit register worden goede borgingsmaatregelen in de kijker gezet om erfgoedgemeenschappen, experten en lidstaten te inspireren voor de borging van hun immaterieel cultureel erfgoed. Voor België zijn de volgende voorbeeldpraktijen opgenomen in het register:


Naast de lijsten is er nog veel méér activiteit en dynamiek rond de Conventie 2013. In de preambule van de Conventie wordt het belang van immaterieel erfgoed geduid als bron van culturele diversiteit en als een waarborg voor duurzame ontwikkeling. Het is een beleidsinstrument dat sterk inzet op internationale solidariteit en samenwerking, op dialoog en capaciteitsopbouw. Het aanzetten van mensen (immaterieel erfgoedgemeenschappen, groepen en individuen) die het levende erfgoed dagdagelijks in de praktijk brengen, blijven heruitvinden en doorgeven is een uitdaging in de snel veranderende wereld om ons heen.

Cultuur in conflict

Het Verdrag van Den Haag (1954) en zijn protocollen beschermen cultuurgoederen bij gewapend conflict. De Werkgroep Cultuurgoederen, onder auspiciën van het Belgische Interministeriële Comité voor het Humanitair Recht, ziet toe op de uitvoering van dit Verdrag met alle betrokken overheden en actoren.

Voor België wordt de toepassing en uitvoering van het verdrag van Den Haag en zijn protocollen gecoördineerd door de Werkgroep Cultuurgoederen, die alle betrokken overheden en actoren groepeert.

Het Verdrag en het Eerste Protocol (1954, door België geratificeerd in 1960) voorzien in de opstelling van nationale registers van beschermd erfgoed, aangeduid door het blauw-wit schildje. Dit erfgoed mag niet gebruikt worden voor militaire doeleinden en moet door de strijdende partijen ontzien worden. Een dergelijk register is in ons land nog niet samengesteld. Verder voorziet het Verdrag in een bijzondere bescherming voor geregistreerde bergingsplaatsen voor erfgoed. Het verbiedt de strijdende partijen om cultuurgoederen te ontvreemden en verplicht hen tot teruggave van ontvreemde cultuurgoederen.

Het Tweede Protocol (1999, door België geratificeerd in 2010) probeert de onvolkomenheden van het Verdrag en van het Eerste Protocol van 1954 te remediëren. Zo verstrengt het de definiëring van enkele begrippen (bijvoorbeeld de notie ‘dwingende militaire noodzaak’) en breidt het toepassingsgebied van het Verdrag uit tot interne conflicten. Daarnaast voorziet dit Protocol in enkele praktische maatregelen die de opvolging van het Verdrag en de beide protocollen stimuleren. Zo is een Comité voor de bescherming van cultuurgoederen in tijden van gewapend conflict geïnstalleerd. Een bijkomende vernieuwing van het Tweede Protocol is de invoering van het register van cultuurgoederen met een versterkte bescherming in tijden van gewapend conflict. Het genoemde Comité besloot in 2013 om drie Belgische erfgoedsites op te nemen in dat register, namelijk:

  • het huis en atelier van Victor Horta in Brussel;
  • de neolithische vuursteenmijnen van Spiennes in Henegouwen;
  • het complex-huis-museum Plantin-Moretus in Antwerpen.

In de periode 2012-2015 was België voorzitter van het Comité voor de bescherming van cultuurgoederen in tijden van gewapend conflict en van het Bureau van de Conventie. Tijdens dit voorzitterschap focuste ons land op het ontwikkelen van synergiën tussen het Verdrag van Den Haag van 1954 en het Werelderfgoedverdrag van 1972.

Illegale handel in cultuurgoederen

Illegale handel in cultuurgoederen is een groeiend fenomeen, dat bovendien een financieringsbron voor terrorisme vormt. De Unesco Conventie uit 1970 bestrijdt die illegale handel en stimuleert de teruggave van ontvreemde culturele objecten. België trad in 2009 toe tot dit Verdrag.

Elke dag wordt ergens in de wereld cultuurgoed gestolen of geplunderd om illegaal verkocht te worden. In 30 jaar tijd is de illegale handel van kunstwerken zorgwekkend toegenomen. De geschiedenis heeft aangetoond dat dit fenomeen erger wordt bij gewapende internationale of interne conflicten, en in het bijzonder in situaties van bezetting. Het conflict in Syrië is daarvan een voorbeeld.. De illegale handel in cultuurgoederen is bovendien een wezenlijke financieringsbron van gewapende groeperingen. In februari 2015 heeft de VN-Veiligheidsraad unaniem besloten tot een ban op de handel in cultureel erfgoed dat in oorlogstijd uit Syrië en Irak wordt uitgevoerd. De VN-Veiligheidsraad heeft op 24 maart 2017 een historische resolutie aangenomen die de vernietiging van cultureel erfgoed tijdens gewapende conflicten veroordeelt, in het bijzonder door terroristische groeperingen. Lidstaten worden bovendien verzocht om maatregelen te nemen die illegale handel in cultureel erfgoed uit deze conflictgebieden moet voorkomen en tegengaan.

Meer dan 130 lidstaten zijn intussen partij bij het verdrag, dat het volgende vraagt van de toegetreden de lidstaten:

  • Preventieve maatregelen, zoals registratie en fotodocumentatie van cultuurgoederen, een systeem van uitvoervergunningen, monitoring van de handel en educatieve activiteiten over het belang van cultureel erfgoed;
  • Regels in verband met de teruggave van cultuurgoederen naar het land van herkomst, zoals goede samenwerking tussen de nationale autoriteiten;
  • Internationale samenwerking, zoals extra controles op in- en uitvoer als het cultureel erfgoed in een land wordt bedreigd door plundering.

In België hebben efficiënte bewustmakingsacties van de Internationaal Raad van Musea (International Council of Museums) het voor musea mogelijk gemaakt om de gedragscode toe te passen die de verwerving van gestolen of geëxporteerde cultuurgoederen door musea verbiedt.

Het Creative Cities-netwerk

Het UNESCO Creative Cities Network (UCCN) is opgericht in 2004 om steden met elkaar te verbinden die zich onderscheiden door de rol die creativiteit en culturele industrieën spelen in hun ontwikkeling. Het netwerk geeft steden de kans om expertise uit te wisselen en samen te werken op internationaal niveau.

Het netwerk is onderverdeeld volgens zeven creatieve sectoren: vakmanschap en volkskunst, design, film, gastronomie, literatuur, mediakunst en muziek. Gent is sinds 2009 lid van het netwerk als ‘Creative City for Music’. Kortrijk heeft haar kandidatuur ingediend om toe te treden tot het netwerk in het domein van design.

Voor Unesco is het netwerk een waardevolle partner omdat het aantoont hoe cultuur en creativiteit kunnen bijdragen tot het realiseren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s).

Algemeen trustfonds

Om de samenwerking met Unesco te stroomlijnen, heeft Vlaanderen het Vlaams Unesco Trustfonds Wetenschappen (FUST) en het Algemeen Trustfonds (FUT) opgericht. Het FUT legt de klemtoon op erfgoed en op Afrika. Het Departement Buitenlandse Zaken beheert dit fonds, in samenwerking met Unesco.

Door middel van het Algemeen Trustfonds draagt Vlaanderen bij aan de culturele preservatie en de socio-economische ontwikkeling van Afrika, aan mariene biodiversiteit en het behoud van de oceanen, en aan levende werelderfgoedsteden. Het Fonds is een hefboom voor duurzame ontwikkeling en vredesopbouw.

De ondersteuning van projecten en activiteiten in Afrika drukt de daadwerkelijke erkenning uit voor de prioritaire positie die Unesco aan deze regio geeft. Meteen sluit dit aan bij het eigen beleid van Vlaanderen ten aanzien van zijn partnerlanden Mozambique, Malawi en Zuid-Afrika.

Het Algemeen Trustfonds ontvangt om de twee jaar een donatie van ca. 900.000 euro van de Vlaamse Overheid. De bijdragen met het Algemeen Unesco Trustfonds en het Unesco Trustfonds Wetenschappen waren tussen 2000 en 2016 goed voor 33 miljoen euro. Vlaanderen is hiermee een zeer geloofwaardige en constante vrijwillige Unesco-donor.

2005 Conventie Diversiteit Cultuuruitingen

Het Unesco-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen bestaat sinds 2005. Het erkent het recht dat landen bezitten om een eigen cultuurbeleid te voeren en daarbij de diversiteit van cultuuruitingen te beschermen en te promoten. Bijna 150 landen zijn partij bij het Verdrag.

Het Verdrag heeft de volgende doelen:

  • een lacune in het internationaal recht opvullen door het soevereine recht van Staten te erkennen om een cultureel beleid voor het bevorderen van de diversiteit van cultuuruitingen te voeren;
  • de specifieke aard van culturele activiteiten, goederen en dienstent erkennen als dragers van identiteiten, waarden en betekenissen;
  • de internationale samenwerking voor een evenwichtigere uitwisseling van culturele goederen en diensten tussen alle landen versterken, in het bijzonder door het opzetten van een Internationaal Fonds voor Culturele Diversiteit.

De herbevestiging in het Verdrag van het soevereine recht met betrekking tot het voeren van een eigen cultuurbeleid moet gezien worden in de context van de voortschrijdende globalisering, waarbij sommige culturen onder druk komen te staan van andere dominante culturen.