Vlaamse voorbeeldpraktijken in internationaal onderwijsrapport

2018

Twee met Unesco geassocieerde Vlaamse scholen komen aan bod in een publicatie van de OESO over vorming tot wereldburgerschap.

Onderwijs

De wereld waarin we leven verandert steeds sneller en onze samenlevingen worden almaar complexer. Dat doet de vraag rijzen welke kennis, vaardigheden en attitudes het onderwijs aan jongeren moet meegeven om te zorgen dat ze actief kunnen deelnemen aan en functioneren in de maatschappij van vandaag, maar ook voorbereid zijn op die van morgen. Zowel de Verenigde Naties (VN) als de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) spannen zich in om een antwoord te formuleren op die vraag.

De VN namen in 2015 de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van Agenda 2030 aan. Doel 4 richt zich op kwaliteitsonderwijs. De ambities van de VN met betrekking tot onderwijs beperken zich heel bewust niet tot de beheersing van taal, rekenen en wetenschappen. Subdoelstelling 4.7 luidt als volgt:

Er tegen 2030 voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen, onder andere door vorming omtrent duurzame ontwikkeling en duurzame levenswijzen, mensenrechten, gendergelijkheid, de bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid, wereldburgerschap en de waardering van culturele diversiteit en van de bijdrage van de cultuur tot de duurzame ontwikkeling.”

De OESO besteedt vanaf 2018 in haar Programma voor internationale studentenbeoordeling (PISA) aandacht aan mondiale competentie. Daarmee wil de OESO een actieve bijdrage leveren aan het realiseren van Subdoelstelling 4.7 van Agenda 2030.

Vorming tot wereldburgerschap

De publicatie ‘Teaching for Global Competence in a Rapidly Changing World’, die eind januari 2018 is gelanceerd, wil beleids- en onderwijsmakers enerzijds een kader aanreiken voor ‘onderwijs voor mondiale competenties’ en anderzijds inspiratie bieden voor het realiseren van mondiale competenties in de onderwijspraktijk.

Bijzonder interessant aan de publicatie is dat ze talrijke goede voorbeelden uit de praktijk geeft over hoe scholen en docenten over de hele wereld op een vernieuwende manier werken aan wereldburgerschap en aan het opbouwen van mondiale competentie. Daarbij komen ook twee Vlaamse scholen aan bod: het Koninklijk Atheneum Koekelberg en de lerarenopleiding van UC Leuven-Limburg (UCLL). Beide instellingen maken deel uit van het Vlaams netwerk van met Unesco geassocieerde scholen (ASPnet).

Leren meer mondiaal maken

De manier waarop het Koninklijk Atheneum Koekelberg omgaat met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen is volgens de OESO-publicatie een voorbeeldpraktijk van hoe onderwerpen van wereldbelang zich lenen tot interdisciplinair leren. Elk leerjaar verdiept zich een jaar lang in alle vakken in een bepaald onderwerp. Op het einde van het schooljaar organiseren ze workshops en voorstellingen om te delen wat ze hebben geleerd. De 12-jarigen bestuderen de mensenrechten, de 13-jarigen denken na over een betere bescherming van het leefmilieu, de 14-jarigen onderzoeken de oorzaken van armoede, de 15-jarigen werken rond erfgoed en de bescherming ervan, en de 16-jarigen leren over oorlog, terrorisme en vredesopbouw.

Een van de technieken om het leren meer mondiaal te maken bestaat erin een verband te leggen tussen enerzijds wat we in de media te horen en te zien krijgen over wat zich in de wereld afspeelt en anderzijds de onderwerpen die in de klas behandeld worden. Iets wat ze in het Koninklijk Atheneum Koekelberg toepassen. “We vragen de leerkrachten om elke dag te beginnen met het bespreken van een nieuwsitem en het te verbinden met de leerstof die op het programma staat,” vertelt Monique Sevrin, coördinator wereldburgerschap, in het rapport.

Open debatcultuur in de klas

Nog volgens de OESO-publicatie is de cultuur in het klaslokaal van groot belang. Leerlingen moeten zich vrij voelen om hun mening te delen, gedachteoefeningen te maken en in discussie te gaan met elkaar en met de leerkracht. Mieke Van Ingelghem en Dima Bou Molesh, lerarenopleiders aan UC Leuven-Limburg, willen leraren vormen die leerlingen mondig maken en hen in staat stellen vraagtekens te plaatsen bij wat in de wereld gebeurt. De leerkracht fungeert als facilitator die leerlingen uitdaagt om hun wereldbeeld bij te stellen. “Stop niet als een leerling het 'juiste' antwoord geeft,” zegt Van Ingelghem. “Vraag altijd of er een ander perspectief of een andere verklaring is, een andere manier om een probleem op te lossen, om het kritische denken te stimuleren.”

Dat een invloedrijke internationale organisatie als de OESO de werking van twee met Unesco geassocieerde Vlaamse scholen als voorbeeldpraktijk belicht, is een bevestiging van de bloei die het netwerk sinds enige tijd kent. De nieuwe dynamiek in het netwerk kwam er onder impuls van een stuurgroep, opgericht door de Vlaamse Unesco Commissie.