Nog steeds teveel ongelijkheid tussen meisjes en jongens in het onderwijs

2018

In veel landen blijft het moeilijk voor meisjes om van hun fundamenteel recht op onderwijs te genieten. Unesco benoemt de pijnpunten en bekroont projecten die meisjes en vrouwen vooruithelpen.

Onderwijs

Op Internationale Vrouwendag (8 maart 2018) heeft Unesco een rapport voorgesteld dat de oorzaken blootlegt van genderongelijkheid in het onderwijs. Het rapport geeft ook aan wat er moet gebeuren om vooruitgang te boeken op dat vlak.

Te weinig belangstelling voor internationale verdragen

Het rapport neemt de situatie in 189 landen onder de loep. Een van de bevindingen is dat slechts 44% van de landen partij zijn bij internationale verdragen om gendergelijkheid in het onderwijs te realiseren. Het ratificeren van een dergelijk verdrag is geen garantie op genderpariteit, maar biedt landen wel een kader om daarvoor een beleid uit te werken. Tevens verplicht het overheden verantwoording af te leggen. Daarom vinden de auteurs van het rapport het belangrijk dat zoveel mogelijk landen zich aansluiten bij deze verdragen.

Het is de taak van regeringen om wetten aan te nemen en een beleid te voeren die ervoor zorgen dat meisjes minder obstakels moeten overwinnen om naar school te gaan en dat ze daar gelijk behandeld worden. In veel landen wordt het recht op onderwijs echter verhinderd door kindhuwelijken en door het verbod dat zwangere meisjesschool naar school gaan. Zulke wetten vormen een inbreuk op het recht op onderwijs.

Maatregelen om genderpariteit te bevorderen

Uit het rapport blijkt dat 34% van de landen geen genderpariteit bereiken in het basisonderwijs. Voor het lager en hoger secundair onderwijs zijn de cijfers nog slechter: respectievelijk 55% en 75% van de landen blijven in gebreke. Diverse maatregelen worden daarom voorgesteld om belemmeringen voor meisjes weg te nemen en om regeringen verantwoordelijk te maken voor het wegwerken van genderongelijkheden. Die maatregelen omvatten periodieke herziening van curricula, leerboeken en lerarenopleidingsprogramma's; adequate schoolinfrastructuur, inclusief gescheiden sanitaire voorzieningen voor meisjes en jongens; verhoogde vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities in het onderwijs; krachtiger beleid om gender-gerelateerd geweld binnen schoolverband aan te pakken; gedragscodes voor studenten en docenten.

Unesco-prijs voor onderwijs voor meisjes en vrouwen

Unesco greep de Internationale Vrouwendag aan om een oproep te lanceren voor het nomineren van laureaten voor de 'UNESCO Prize for Girl's and Women's Education'. Met deze prijs bekroont Unesco uitzonderlijke en vernieuwende projecten van individuen, instellingen en organisaties die de onderwijskansen van meisjes en vrouwen verbeteren en bevorderen. Op die wijze verhoogt de levenskwaliteit voor meisjes en vrouwen..

Een internationale jury, ingesteld door de directeur-generaal van Unesco, selecteert elk jaar twee laureaten. Met het uitreiken van de prijs wil Unesco de 'Agenda 2030' voor duurzame ontwikkeling vooruithelpen en in het bijzonder Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) 4 voor onderwijs en 5 voor gendergelijkheid. De prijs is voor het eerst toegekend in 2016.

De limietdatum voor het indienen van een nominatiedossier voor de 'UNESCO Prize for Girl's and Women's Education' is 11 mei 2018. De bekendmaking van de laureaten gebeurt in september van dit jaar. Wie een individu, instelling of organisatie wil voordragen, verzoeken we zo snel mogelijk contact op te nemen met de Vlaamse Unesco Commissie (jan.delrue@vlaanderen.be).