Hoge Kempen willen plaats op Unesco Werelderfgoedlijst

2018

Voor het eerst nomineert Vlaanderen een landschap voor de erkenning als werelderfgoed.

Cultuur

Een delegatie onder leiding van Wim Dries, voorzitter van de Stuurgroep Nationaal Park Hoge Kempen, heeft op 29 januari 2018 een kandidaatsdossier ingediend op de hoofdzetel van Unesco in Parijs om het landschap Hoge Kempen te laten erkennen als werelderfgoed. Het is de eerste keer dat Vlaanderen een landschap nomineert als werelderfgoed. De beslissing van Unesco volgt in de zomer van 2019.

Over welk landschap gaat het?

De nominatie omvat het landschap van het Nationaal Park Hoge Kempen en Duinengordel, samen met de aangrenzende tuinwijken en de voormalige steenkoolmijnen van Winterslag, Waterschei en Zwartberg in Genk en van Eisden in Maasmechelen. Het landschap strekt zich uit over de Limburgse gemeenten As, Bilzen, Dilsen-Stokkem, Genk, Lanaken, Maaseik, Maasmechelen, Meeuwen-Gruitrode, Opglabbeek en Zutendaal.

Een landschap kan in aanmerking komen voor een erkenning als werelderfgoed, op voorwaarde dat het getuigt van een bijzondere periode uit de menselijke geschiedenis, met een grote internationale betekenis en de vaste wil van een hele gemeenschap om die herinnering levendig te houden en op respectvolle manier verder te ontwikkelen.

Wat maakt dit landschap bijzonder?

Het landschap van de Hoge Kempen beantwoordt volgens de initiatiefnemers, daarin gesteund door internationaal gerenommeerde experten, aan de genoemde criteria omdat het op overtuigende wijze een algehele landschappelijke, ecologische, economische en socio-culturele omwenteling toont in een periode van amper 100 jaar: van een mono-culturele landelijke heide-economie in 1850, naar een multiculturele industriële steenkool-economie in 1950. Hier is nog zichtbaar wat elders onherroepelijk verloren is gegaan.

Landschappen met heide, vennen en landduinen vormen een mozaïek met naaldbossen, tuinwijken, terrils, schachtbokken en mijngebouwen. Het is deze mozaïek die een bijzonder verhaal vertelt en complementair is met landschappen die al deel uitmaken van de Werelderfgoedlijst.

Nu reeds leveren verschillende bestuursniveaus, erfgoedorganisaties en verenigingen bijzondere inspanningen om dit erfgoed op vernieuwende manier te beschermen en te beheren, te herbestemmen, te ontwikkelen en/of te ontsluiten voor het publiek.

Een inschrijving van het landschap op de Werelderfgoedlijst van Unesco zou een internationale erkenning betekenen van de uitzonderlijke waarde en het bijzondere karakter van de regio. Dit kan een hefboom zijn voor verdere economische ontwikkeling, alsook bijkomende investeringen aantrekken die de kwaliteit van de natuur, het landschap en het erfgoed ten goede komen.

Hoe gaat het verder?

Na de formele indiening volgt dit jaar een intens proces van evaluatie en beoordeling. Op basis van de bevindingen en adviezen van internationale experten en adviesorganen zal het Werelderfgoedcomité in de zomer van 2019 een beslissing te nemen. Dat comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van 21 landen, gekozen uit de 193 landen die de Werelderfgoedconventie (1972) hebben ondertekend en geratificeerd.