Aalst Carnaval en zijn schrapping van de Unesco-lijst immaterieel erfgoed

2020

Informatie en duiding

Cultuur

Aalst Carnaval kwam in 2019 tweemaal in de internationale belangstelling. Een eerste keer toen een praalwagen met joodse karikaturen een internationale storm van verontwaardiging deed opwaaien. Een tweede keer toen Unesco besloot om Aalst Carnaval te schrappen van de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.

Het debat over dit incident is niet altijd genuanceerd gevoerd. Bovendien bestaat de kans dat het weer hoog oplaait bij de eerstvolgende carnavalstoet in Aalst in februari 2020.

De Vlaamse Unesco Commissie zet zich in voor dialoog en verbinding tussen mensen. Om een open en sereen debat te ondersteunen, publiceert de Commissie een fact sheet met feitelijke informatie over Aalst Carnaval en over de omstandigheden die leidden tot zijn schrapping van de Unesco-lijst.

FACT SHEET
Aalst Carnaval en schrapping van de Unesco-lijst

Met deze fact sheet wenst de Vlaamse Unesco Commissie feitelijke informatie te geven over Aalst Carnaval en de omstandigheden die er in 2019 toe hebben geleid dat het carnaval geschrapt is van Unesco's Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.

De Vlaamse Unesco Commissie vervult een brugfunctie tussen Unesco en Vlaanderen, met als taken adviseren, informeren en dialoog promoten.

Voorgeschiedenis

Aalst Carnaval is in 2010 toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco .

De beknopte omschrijving bij de erkenning luidde:

“Het feest is uitbundig en satirisch. Kenmerkend is Prins Carnaval die symbolisch burgemeester wordt en de sleutel van de stad ontvangt tijdens een ceremonie waarin de lokale politici belachelijk worden gemaakt; een processie van ‘reuzen’ en Bayard, het paard uit de legendes van Karel de Grote; een bezemdans op de Grote Markt om de geesten van de winter weg te jagen; een parade van jonge mannen gekleed als vrouwen met korsetten, kinderwagens en kapotte paraplu’s en een rituele verbranding van carnaval dat gepaard gaat met geschreeuw dat het feest nog een hele nacht doorgaat. Naast de zorgvuldig voorbereide praalwagens van de officiële deelnemers, zijn er ook informele groepen die bij de feestelijkheden aanwezig zijn om spottende interpretaties te geven van de lokale en internationale gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Het 600 jaar oude ritueel, dat tot 100.000 toeschouwers trekt, is een gezamenlijke inspanning van alle sociale klassen en een symbool van de identiteit van de stad in de regio. Het aloude carnaval, dat door de nieuwe generaties voortdurend wordt heruitgevonden, is met zijn collectieve lach en licht subversieve sfeer een eerbetoon aan de eenheid van Aalst."

Reeds bij de inschrijving op de Representatieve Lijst zijn bezwaren gerezen, met name vanuit Arabische landen omwille van vermeende islamofobie. Sindsdien hebben zich enkele aanvaringen voorgedaan met Unesco. In 2013 sprak de toenmalige directeur-generaal Bokova forse veroordelingen uit naar aanleiding van nazi-taferelen tijdens het carnaval, waarbij carnavalisten van een losse groep zich hadden verkleed in Gestapo-leden. In 2005, 2009 en 2018 ontving Unesco ook klachten. Die waren echter niet van dezelfde orde als in 2013 en toen is daar geen verder gevolg aan gegeven.

Editie 2019

Op 3 maart 2019 trok de jaarlijkse carnavalstoet uit met 71 vaste groepen, 188 losse groepen en duizenden individuele carnavalisten en feestvierders. De carnavalsvereniging De Vismooil’n koos voor deze editie voor het thema ‘Sabbatjaar’. De groep besliste om dat jaar weinig budget te investeren in de praalwagen. Op en rond die wagen, presenteerden De Vismooil’n stereotype karikaturen van joodse personages. Hun poppen, die joden moesten voorstellen, hadden haakneuzen, pijpenkrullen en een geldkist. De groep wilde hiermee duidelijk maken dat ze krap bij kas waren en daarom een sabbatjaar namen, om in 2020 een mooiere praalwagen te kunnen maken. Via televisiebeelden lokte dat vertoon grote nationale en internationale verontwaardiging uit, zowel vanuit de Joodse gemeenschap als uit mensenrechtenhoek. Unesco ontving een stroom aan klachten over het vermeende antisemitische karakter van de praalwagen.

Zonder voorafgaand navraag te doen of in gesprek te treden, stuurde Unesco op 6 maart 2019 een persbericht uit dat de “antisemitische uitbeeldingen” meteen streng veroordeelde. Vervolgens besliste op 21 maart 2019 het Bureau van het Intergouvernementeel Comité voor het Borgen van Immaterieel Cultureel Erfgoed, op voorstel van het Unesco-secretariaat, om op de Comité-vergadering van 9-14 december 2019 te Bogotá (Colombia) een agendapunt in te schrijven over de mogelijkheid om elementen te verwijderen van de Representatieve Lijst van de Conventie, naar aanleiding van Aalst Carnaval. Unesco heeft deze agendering snel gecommuniceerd in een persbericht op 22 maart 2019, waarbij de organisatie ook de steun van directeur-generaal Azoulay voor de mogelijke schrapping van Aalst Carnaval van de lijst uitdrukkelijk vermeldt. In de loop van 2019 ontving de Belgische Permanente Delegatie bij Unesco in Parijs geregeld overzichten van klachten, alsook kopieën van brieven die Unesco had ontvangen over de zaak, met de vraag om daarop te reageren.

Op zeer korte termijn werd in België met de nodige sereniteit een proces van dialoog opgestart, waarbij leden van de betrokken carnavalsgroep en vertegenwoordigers van Aalst Carnaval in gesprek treden met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap. UNIA, de Belgische onafhankelijke openbare instelling verantwoordelijk voor de bestrijding van discriminatie, faciliteerde het proces. De carnavalsgroep betuigde spijt en verklaarde dat het nooit de intentie is geweest de Joodse gemeenschap te kwetsen met antisemitische of discriminerende uitbeeldingen. Samen met de joodse vertegenwoordigers brachten de carnavalisten een bezoek aan de Kazerne Dossin als blijk van hun bereidheid en inspanningen om dit pijnlijk incident te helen. Aan het proces van dialoog nam ook de immaterieel erfgoedexpert die lid is van de Vlaamse Unesco Commissie deel.

Dialoog

Met het oog op de voorbereiding van de behandeling van het dossier door het Unesco-comité in december 2019, vond op 1 juli en 20 augustus van dat jaar informeel overleg plaats tussen diensten van de Vlaamse overheid en de stad Aalst.

Gezien de wens van de stad om in dialoog te treden met Unesco heeft de Vlaamse overheid een overleg aangevraagd met het Unesco-secretariaat en met het evaluatieorgaan van de Conventie voor Immaterieel Cultureel Erfgoed. Dit overleg vond plaats in Parijs op 17 september 2019 in aanwezigheid van de burgemeester en een schepen van de stad Aalst.

Op 23 oktober 2019 bracht UNIA het rapport ‘Carnaval en de grenzen van de vrijheid van expressie’ uit. Dat rapport bevat een grondige analyse, conclusies en aanbevelingen. UNIA oordeelde onder meer dat er geen sprake was van een inbreuk op de Belgische of Europese wetgeving inzake discriminatie en racisme, vermits er geen bewuste aanzet was tot haat, discriminatie of geweld tegen joodse mensen. Het rapport had het orgelpunt moeten vormen van de discrete dialoog tussen vertegenwoordigers van de carnavalisten en van de Joodse gemeenschap, met een boodschap van wederzijds begrip en consensus. Uiteindelijk is dit anders verlopen nadat het rapport via de media in de publieke aandacht kwam, met opnieuw kritiek vanuit onder meer het Forum van Joodse Organisaties.

Schrapping

Begin november 2019 verspreidde het Unesco-secretariaat het document voor de behandeling van het agendapunt over Aalst Carnaval door het bevoegde Comité in zijn vergadering in Bogotá. Zonder dialoog met de betrokken gemeenschappen, groepen en individuen is in het document een ontwerpbesluit opgenomen om Aalst Carnaval effectief te schrappen. Daarbij bleek eveneens weinig rekening gehouden met het eerdere overleg met de stad Aalst, alsook evenmin met het proces van dialoog tussen de betrokkenen en met het rapport van UNIA. Daarnaast bevatte het ontwerpbesluit op meerdere punten onvolledige of onjuiste informatie. Unesco volgde vooreerst de talrijke bezwaren die zij vooral vanuit joodse groeperingen had ontvangen aangaande het vermeende antisemitische karakter van de praalwagen. Veel Unesco-lidstaten bleken naderhand ook die bezwaren te onderschrijven.

Gezien de uiterst kritische toon van het Unesco-document ten aanzien van Aalst Carnaval en na verdere gesprekken, heeft de stad Aalst het besluit genomen Aalst Carnaval zelf terug te trekken van de Unesco-lijst. Die beslissing is geformaliseerd in een brief van 2 december 2019, gericht aan het Vlaams departement Cultuur, Jeugd en Media.

De brief van de stad Aalst met haar vraag om terugtrekking, is samen met een begeleidend schrijven van het bevoegde Vlaams departement – waarin akte is genomen van de wens van de erfgoedgemeenschap – via de diplomatieke kanalen overgemaakt aan Unesco op 5 december 2019. Het Koninkrijk België vroeg als statenpartij bij de conventie om een formele terugtrekking van het element

Tijdens de bijeenkomst van het Comité voor het Borgen van Immaterieel Cultureel Erfgoed stemden alle lidstaten op 13 december 2019 unaniem in met het besluit tot schrapping van Aalst Carnaval van de Representatieve Lijst van Unesco. Die instemming betrof ook het addendum met de vraag van Aalst als erfgoedgemeenschap en van België als statenpartij om het element zelf zich te laten terugtrekken. Voor het eerst in de geschiedenis van de 2003 Conventie voor het borgen van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid is een inschrijving van de Representatieve Lijst geschrapt. Unesco communiceerde die beslissing nog dezelfde dag met een eigen persbericht.